Padel regels uitleg: zo werken de spelregels van padel
Padel lijkt op tennis, maar speelt heel anders. De regels zijn simpeler dan ze er op het eerste gezicht uitzien — eigenlijk leer je in één avond hoe het werkt. Toch zijn er een paar dingen die mij in het begin flink in de weg zaten: hoe het serveren precies gaat, wanneer je tegen de wand mag spelen, en wat er gebeurt bij gelijke stand.
In dit artikel zet ik alle spelregels op een rij in de volgorde waarin je ze tegenkomt op de baan. Van de service tot de puntentelling, van het glas tot wat een fout is. Geen jargon, gewoon hoe het in de praktijk werkt.
Wil je eerst weten waar het spel precies om draait en hoe een baan eruitziet? Lees dan eerst mijn complete beginnersgids over padel spelen. Wil je meteen de regels? Lees vooral verder.
De basis van het spel in 30 seconden
Padel speel je bijna altijd met vier mensen: twee tegen twee. De baan is 20 meter lang en 10 meter breed, omsloten door glazen wanden en hekwerk. In het midden staat een net. Je doel: de bal zo in de helft van je tegenstanders krijgen dat zij hem niet meer terug kunnen spelen. Net als bij tennis, alleen zijn de wanden hier onderdeel van het spel.
Een wedstrijd loopt in punten, spellen, sets en uiteindelijk twee gewonnen sets om de wedstrijd binnen te halen. De puntentelling komt uit het tennis, dus 15-30-40 klinkt je waarschijnlijk al bekend in de oren.

De service: zo begint elk punt
Een padel-service is altijd onderhands. Je laat de bal eerst één keer op de grond stuiteren in je eigen helft, en raakt hem dan onder heuphoogte. Dit is het grootste verschil met tennis, waar je de bal omhoog gooit en bovenhands slaat.
Je serveert diagonaal: de bal moet stuiteren in het servicevak schuin tegenover je. Je staat met twee voeten achter de servicelijn en mag die lijn tijdens je slag niet aanraken. Nadat de bal in het juiste vak is gestuit, mag hij nog tegen het glas van je tegenstanders aankomen — als dat gebeurt is hij gewoon in spel.
Een service is fout als:
- de bal in het net belandt
- de bal niet in het juiste servicevak stuitert
- de bal direct tegen het hek van je tegenstander rolt zonder eerst grond te raken
- je voet over de lijn komt tijdens je slag
Bij een eerste foute service krijg je een tweede kans. Twee foute services op rij = dubbele fout = punt voor de ontvangers.
Puntentelling — 15, 30, 40 en gelijk
In padel tel je per spel zo:
- 0 punten = “love” of “nul”
- 1 punt = 15
- 2 punten = 30
- 3 punten = 40
- 4 punten = spel gewonnen
Maar je moet wel met minstens twee punten verschil winnen. Sta je op 40-40, dan heet dat “gelijk” (deuce). Win je het volgende punt, dan heb je “voordeel”. Win je daarna nóg een punt, dan is het spel voor jou. Verlies je het punt na voordeel, dan gaat de score terug naar gelijk.
In de praktijk merk ik dat veel beginners denken dat het spel voorbij is bij 40-40. Niet dus — zo’n spel kan zomaar nog vijf of zes punten heen en weer hangen voor iemand het wint. Die deuces zijn vaak het spannendst.
Zo win je een set en de wedstrijd
Wie als eerste 6 spellen wint, wint de set — opnieuw met minimaal twee spellen verschil. Sta je dus op 6-5, dan moet je doorspelen tot 7-5 of 6-6. Bij 6-6 volgt een tiebreak: het team dat als eerste 7 punten haalt (met 2 punten verschil) wint de set met 7-6.
Een padelwedstrijd speel je naar best of three: het team dat als eerste twee sets wint, wint de wedstrijd. Een gemiddelde wedstrijd duurt 60 tot 90 minuten — soms wat korter, soms wat langer, afhankelijk van hoeveel deuces er onderweg sneuvelen.
Hoe win je een punt: bal, glas en wand
De kern van padel: de bal mag maar één keer stuiteren in jouw helft voordat je hem terugslaat. Daarna mag je hem ook spelen via je eigen achterglas. De bal stuitert dan eerst op de grond, slingert tegen jouw glas, en jij speelt hem terug over het net. Direct vanaf het glas slaan zonder dat de bal eerst de grond heeft geraakt, mag niet — dat is een fout.
Je mag ook vóór de stuit slaan (een volley), behalve bij een service: die moet je altijd eerst laten stuiteren.
Aan de overkant geldt: de bal moet eerst in de baan stuiteren voor hij iets anders raakt. Stuitert hij in de baan en knalt daarna tegen het glas van je tegenstanders, dan is hij gewoon in spel — zij mogen hem dan nog terugspelen. Vliegt de bal direct tegen hun glas zónder eerst grond te raken, dan is hij uit en jij krijgt het punt.
Het hek (het gedeelte met gaas) raken is in de meeste competities een fout — daar loopt het glas niet meer door. Check de huisregels van je club, want hier kunnen lichte verschillen zitten.

Wat is een fout
Naast de servicefouten zijn dit de meest voorkomende manieren om een punt te verliezen:
- je laat de bal twee keer stuiteren in je helft
- je slaat de bal in het net
- je slaat de bal direct (zonder stuit) tegen je eigen glas of hek
- je raakt de bal tweemaal achter elkaar met je racket
- je raakt het net met je racket of lichaam tijdens een slag
- de bal raakt eerst het glas van de tegenstanders en stuitert daarna pas in hun veld (omgekeerde volgorde dus = fout)
Lijkt veel, maar in de praktijk speel je puur op gevoel. Na twee uur op de baan weet je het meeste vanzelf.
Belangrijkste verschillen met tennis
Padel en tennis lijken op elkaar maar voelen anders aan. De belangrijkste verschillen:
- onderhands serveren met stuit (tennis: bovenhands uit de lucht)
- de wanden zijn onderdeel van het spel — je gebruikt ze actief
- korter racket zonder snaren, met gaatjes
- kleinere baan en lagere balstuit
- bijna altijd dubbelspel, zelden enkel
- tactiek draait om volharding en plaatsing, niet om kracht
Dat laatste is voor mij persoonlijk het grote voordeel: je hoeft geen tennisser te zijn om snel met plezier padel te kunnen spelen.
Veelgestelde vragen over padel regels
Ja — als de bal eerst stuitert in jouw helft, dan tegen het glas slaat, en jij hem vervolgens terug speelt over het net, is dat volledig toegestaan. Direct vanaf het glas spelen zonder eerste stuit mag niet.
Een best-of-three duurt meestal 60 tot 90 minuten. Een korte rechte set kan in 25 minuten klaar zijn; een wedstrijd vol deuces en lange spellen loopt soms uit tot twee uur.
Ja, dat heet een “viborazo” of in de volksmond een “globe-out”. Sla je de bal over de glaswand van je tegenstander en komt hij in hun helft niet meer terug, dan win je het punt. Sommige clubs hanteren extra huisregels — check ze bij twijfel.
40-40 heet “gelijk” of “deuce”. Vanaf dat moment moet je twee punten op rij winnen om het spel binnen te halen. Win je één punt, dan heb je “voordeel”; verlies je het daarna, dan ben je terug op gelijk. Dit kan in theorie eindeloos doorgaan.
Samengevat
De regels van padel zijn binnen één avond te leren. Onderhands serveren, eerst laten stuiteren, één keer stuit voor jij speelt, en het glas is je vriend. Wat dan rest is gevoel en dat krijg je vanzelf na drie of vier potjes. Begin gewoon met spelen, vraag op de baan rustig om uitleg als je twijfelt, en lees mijn complete beginnersgids als je dieper de techniek en uitrusting in wilt duiken.
